Menu Content/Inhalt
Het mannetje 26 (Generaties)
maandag 19 november 2007

ImageIedere generatie is een tweede generatie. Het mannetje was er even stil van, van zoveel wijsheid in zes woorden. Er werd mee bedoeld dat het voor elke generatie moeilijk is om aan de volgende door te geven wat voor henzelf van groot belang was geweest. Of het nu gaat om moslims die naar Nederland zijn getrokken of om gelovige ouders die hun kinderen het geloof mee willen geven, ze komen er allemaal achter: Wat voor hen van belang was of vanzelfsprekend als waarheid gold, dat is het voor de volgende generatie niet. Die stellen vragen, zijn kritisch of ze geloven het allemaal wel en worden er warm noch koud van. En elke generatie krijgt daar op zijn beurt weer mee te maken. En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt. (Prediker 7 : 10)

Het ging in de preek over Jozua die aan het einde van zijn leven het volk Israël voorhoudt dat ze moeten kiezen: Óf ze dienen de Heere, óf de goden van hun voorouders ten oosten van de Eufraat óf de goden van de Amorieten. Jozua zelf had zijn keuze al gemaakt: 'In ieder geval zullen ik en mijn familie de Heere dienen.' Niet kiezen is geen optie. Want als je niet kiest, dan maak je uiteindelijk tóch een keus: Je leeft verder zonder de Heere. Er is niemand die op een dag wakker wordt en dan zegt 'Zo, vanaf vandaag is het geld mijn god.' Maar het kan wel zo zijn dat je in je leven zo in beslag wordt genomen door alles wat met geld te maken heeft (je werk, aankopen, loterijen) dat je in feite die god bent gaan dienen. Vraag je daarom vantevoren af wie je wilt dienen en baseer daar de keuzes die je moet maken op. En als je dus God wilt dienen, doe dat dan ook met je geld.

Wat mooi, dacht het mannetje onder de preek, dat bij die wisselende generaties God steeds Dezelfde is gebleven. Van Hem kun je op aan! Hij doet wat Hij belooft. Jozua zei dat ook tegen het volk. Nooit had God een belofte gebroken. Zowel waar het ging om zegen als het volk Hem gehoorzaamde, als de keren dat Hij onheil over hen bracht omdat ze andere goden achterna liepen. Zijn trouw aan Zijn gegeven woord bleek telkens weer. En dat geldt nu, in de eenentwintigste eeuw nog net zo. Als God in de Bijbel belooft dat iedereen die gelooft in Jezus Christus niet verloren gaat maar vergeving van zonden en eeuwig leven krijgt, dan kun je daar van op aan. En dan mogen er nog zoveel mensen zijn die daar vraagtekens bij zetten, of dominees die zelfs ontkennen dat er een God zou zijn, die belofte staat vaster dan welk huis dan ook. Gods liefde voor de generaties die elkaar opvolgen blijft dezelfde.

Hoe prachtig wordt dat ook verwoord in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De generatie van nu kan misschien wel eens denken dat zij heeft uitgevonden dat de liefde van Christus voor ons het allerbelangrijkste is, maar ruim vierhonderd jaar geleden wisten ze dat ook al... In artikel 26 staat namelijk te lezen: Want er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus. Niemand. Je man of je vrouw. Je vader of moeder. Je zoon of dochter. Je vriend of vriendin. Wellicht weet je hoeveel ze van je houden. En toch kan die liefde niet tippen aan de liefde van Jezus Christus. Wonderlijk toch? En dat werd al opgeschreven en beleden in de Middeleeuwen!

Bij alle generaties die de eeuwen door hebben geleefd was dus die God en die Here Jezus aanwezig. En telkens weer waren er mensen die gingen inzien dat ze niet konden leven zonder díe God. Dat ze nergens waren als Christus niet ook voor hún zonden was gestorven. Die er daarom voor kozen om Jozua en zijn huis na te volgen. Ook al betekende dat soms smaad en vervolging. En in latere tijden kruisdragen in andere vorm. Ze wisten dat een keuze voor een God die nooit Zijn Woord brak betekende, dat ze niet bedrogen zouden uitkomen. Het mannetje is er stil van...

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com