Menu Content/Inhalt
Het mannetje 27 (Hebzucht)
woensdag 28 november 2007

ImageGeld. Wie heeft er genoeg van? In de zin van dat het op stapeltjes ligt? Dat je kunt kopen wat je wilt en nooit bang hoeft te zijn dat de cassière bij de supermarkt je aankijkt en zachtjes fluistert 'u hebt niet genoeg saldo...?' Of komt deze laatste zin misschien angstig bekend voor? Bent u misschien een van de velen die er steeds achter komt dat de eindjes net te kort zijn om aan elkaar te knopen? Dat lijkt het mannetje ontzettend lastig. Zeker met de decembermaand voor de boeg. Want de Sint is een beste vent, maar hij moest eigenlijk zijn eigen tabberd op kunnen houden...

Is het toeval dat het mannetje juist vlak voor die dure maand op twee verschillende avonden in gesprek moet over geldbesteding? Wie zal het zeggen. Zowel op een bijbelstudieavond als tijdens de Emmaüscursus is omgaan met geld onderdeel van de bespreking. En dan zijn er genoeg bijbelteksten te vinden die kunnen prikkelen. Geldzucht als wortel van alle kwaad bijvoorbeeld. Of de boodschap die Jezus heeft voor een rijke jongeman die Hem vraagt wat hij moet doen om eeuwig te kunnen leven: Verkoop alles wat je hebt en verdeel dat onder de armen, dan zul je een schat in de hemel bezitten.

Slik. Is dat menens? Nou, dan is het toch een stuk veiliger om met elkaar te praten over de ongelijkheid in de wereld. Om het te hebben over de rijke topmannen met hun exorbitante optieregelingen. Díe moesten ze maar eens gaan aanpakken! Blijven wij tenminste buiten schot... Maar nee, zo werkt het dus niet. Want scheefgegroeide praktijken in de maatschappij zet je niet zo maar even recht. In plaats van bij de wereld is het dan toch een stuk simpeler om bij jezelf te beginnen. Ook het mannetje moet dat, zij het zuchtend, beamen. Maar lastig is het.

Een christen zal niet snel toegeven dat hij last heeft van geld- of hebzucht. Stel je voor... Nee, hij weet veel te goed dat niet geld het belangrijkste in het leven is, maar God. God zorgt voor je, geeft je wat nodig is en wil ook dat je je inzet voor je naaste. Zo staat het in de Bijbel immers. Je kunt niet God dienen én de Mammon. Maar in de praktijk? Nou, het mannetje wil best toegeven dat de praktijk weerbarstig is. Natuurlijk, hij maakt op gezette tijden zijn kerkelijke bijdragen over en ook de acceptgiro's van de verschillende goede doelen verdwijnen niet zomaar in de oudpapierdoos. Deurcollectanten worden niet ledig heengezonden. Maar toch. Het blijft een strijd. Geeft hij genoeg? Hoe belangrijk is geld nu werkelijk voor hem?

In de Bijbel staat: Als je voedsel en kleren hebt, dan moet je dat genoeg zijn.
Voedsel en kleren. En de hypotheek dan? En de auto? De sporten van de kinderen? De computer(s), TV, uitjes, vakanties en noem al die andere dingen maar op? Pffff. Het mannetje neemt zijn hoofd maar weer eens in zijn handen. Hoe kom je daar uit? Is dit het overbekende gevoel van telkens maar weer tekortschieten?

Weten welvarende westerse mensen eigenlijk wel wat het is om te leven van wat God geeft? Hebben zij niet veel meer het idee alles zelf in de hand te hebben? Geregeld komt immers het salaris binnen. De kinderbijslag. De teruggave van de belasting. En dan kunnen ze ook uitgeven. Mooie spullen die ze graag willen kopen? Misschien even voor sparen of geld lenen, maar dan hebben ze ze ook. Bezorgdheid over wat ze morgen zullen eten? Dat kennen ze niet. En zelfs als er onvoorziene dingen gebeuren, ziekte, een auto beschadigd of een huis afgebrand, dan is de verzekering er om de schade zoveel als mogelijk te vergoeden.

De rijke man die bij Jezus kwam vond het offer dat hij moest brengen te groot. Alles wat hij had weggeven, nee, dat ging te ver. Hij was gewend om zich aan de geboden te houden. Hij hield zichzelf dus goed in de hand. Hij wist waar hij aan toe was en hij wilde graag nog meer doen om dat eeuwige leven te krijgen. Zeg het maar! Maar nu vroeg Jezus van hem om zijn aardse schatten in te ruilen voor een hemelse. Om dat wat hier op aarde zekerheid geeft, geld, weg te doen. Om te geloven in de belofte dat wie Jezus volgt nog veel rijker zal worden. En dat kon er bij hem niet in.

Het mannetje moest alles nog maar eens laten bezinken. Nee, alles weggeven wat uitging boven kleding en voedsel, daar hoefde hij thuis niet mee aan te komen. Waarschijnlijk werd dat ook niet meteen van hem gevraagd. Maar wat dan wel? Zijn oog viel op de laatste bijbeltekst die in de Emmaüscursus werd genoemd. 2 Corinthiërs 9 : 6 en 7: Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com