| Het mannetje 31 (Verdriet) |
|
|
| maandag 21 januari 2008 | |||||||
|
Een woord dat dicht tegen verdriet aan ligt is troost. Als je ziet dat iemand verdriet heeft dan wil je troosten. Een arm om haar heen, een klop of klap op zijn schouder, een bemoedigend woord. Je wilt laten merken dat je het ziet. Dat je er weet van hebt dat de ander verdrietig is. Dat je naast hem of haar wilt staan. En we zeggen het zo mooi: Gedeelde smart is halve smart. Als je het leed dat je hebt te dragen deelt met anderen, dan verlicht dat je last. Tenminste, zo zou het moeten. En vaak is dat gelukkig ook zo. Dan ervaren mensen die verdrietig zijn dat aandacht en bemoediging hen goed doet. En als gezegd wordt dat er voor je gebeden wordt, dan geeft dat steun. Gelukkig, ze leven met me mee! Ze staan om me heen! Dat neemt niet weg dat God mensen wel zo heeft bedoeld dat ze met elkaar meeleven, in goede en kwade dagen. Bij vreugde en verdriet. Vandaar dat de gemeente van Christus ook wordt vergeleken met een lichaam. Het is immers Jezus' gebed geweest dat wij steeds meer gaan lijken op onze Maker? Dat wij één zijn zoals de Drieënige God Eén is? En als een lichaamsdeel gewond is, dan is dat te merken aan het hele lichaam. De pijn trekt er door heen. Gevoelens van tekortschieten. Wie kent ze niet? Ze hoeven ook niet verkeerd te zijn. Ze herinneren ons er aan dat we zonder onze God niets kunnen. Dat vertelt ons dat we Hem nodig hebben. Ook als we anderen willen troosten. Ze maken dat we onze handen vouwen en in gebed de almachtige God te hulp roepen. Want Hij gaat verder waar wij moesten stoppen. Het mannetje heeft wel eens gedacht dat hij mensen zelf kon troosten. Door woorden of een omarming. Door aandacht of een bemoedigend woord. Maar de ervaring en de Bijbel hebben hem geleerd dat zulke gedachten slechts hoogmoed zijn. Kijk maar eens naar wat Paulus in zijn brief aan de gemeente in Corinthe schrijft: Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven. Echte troost komt dus bij God vandaan, de Vader van onze Here Jezus Christus. Echte troost kunnen wij slechts dóórgeven, als iets wat van bovenaf in onze handen wordt gedrukt. De zakdoek die wij geven om tranen te drogen is op een gegeven moment doordrenkt. Bij God gaat het anders. Er komt een dag, dan zal Hij alle tranen van de ogen afwissen. Dan zal er geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht en geen pijn. Alles zal nieuw zijn. Dat is Zijn troost voor kinderen die Hem lief zijn. Ik zie heel stiekem hoe je tranen,
Powered by !JoomlaComment 3.26
3.26 Copyright (C) 2008 Compojoom.com / Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved." |
|||||||
| < Vorige | Volgende > |
|---|


Verdriet. Het mannetje kent het. Van dichtbij en wat verder af. Verdriet om het moeten missen van die ander. Die zo dicht bij je stond. Die je zo lief was. Verdriet om het wíllen maar niet kúnnen helpen van een ander. Verdriet soms ook omdat je ziet hoeveel verdriet anderen hebben. Verdriet is een emotie die recht uit het hart komt. Die kelen dicht knijpt en tranen doet stromen. Die wakker doet liggen. Al het andere is onbelangrijk. Verdriet beheerst je leven.