Menu Content/Inhalt
Het mannetje 39 (Eeuwig leven)
donderdag 03 april 2008

ImageEeuwig leven. Toen het mannetje nog een klein mannetje was leek het niet te bevatten. Eeuwig leven. Proef het woord eeuwig. Altijd durend. Nú is het leven nog overzichtelijk. Je wordt geboren en gaat een keer dood. Wanneer, dat weet je niet. Maar het houdt een keer op. Er is een horizon. Een afsluiting. Een punt. Maar als je het hebt over een eeuwigheid, dan is het alsof je jezelf in twee tegenover elkaar geplaatste spiegels beschouwt. Je ziet je evenbeeld tot in het oneindige weerkaatst. Er komt maar geen einde aan. Eeuwig leven. Het ís gewoon niet te bevatten.

Toen de vraag gesteld was zag je hem peinzen. 'Of ik verlang naar de dag dat Jezus terug komt? Nou, eerlijk gezegd niet.' En de mannen keken ervan op. Zo? Ze konden zien dat hij geëmotioneerd was. En hij vertelde hoe dat kwam. Dat hij elke dag God erom smeekte dat zijn gedoopte zoon, die de HERE vaarwel had gezegd, tot bekering zou komen. Zou gaan geloven dat ook hij verlossing van zonden nodig had. En dat de Here Jezus die verlossing voor hem had verdiend. Maar niets wees er tot nu toe op dat de stroom van gebeden verhoord zou worden. En het idee dat zijn lieve jongen er dan straks niet bij zou zijn op de dag dat het grote feest ging beginnen. Onverteerbaar. Hij had vanavond niet voor niets een schone zakdoek in zijn zak gestoken.

Voor zichzelf had het mannetje de vraag al met een volmondig ja beantwoord. De grote dag mocht wat hem betreft nu aanbreken. Eigenlijk best verwonderlijk. Want zo slecht had hij het niet. Het ging hem naar den vleze. Een gelukkig gezin, gezond, levend in welvaart en lieve mensen om hem heen. Wat wilde een mens nog meer? En toch. De woorden uit de Heidelbergse Catechismus waren voor hem niet alleen maar dorre dogmataal. Het leven kon ook wel eens een jammerdal zijn, zoals dat in een vroegere vertaling werd genoemd. Moeitevol. De beelden op tv konden er van alles over vertellen. Darfur, Afghanistan, Irak, Somalië. Maar echt moeilijk werd het pas als het dichtbij kwam. Kanker, een verkeersongeluk, wiegendood, verstikkende eenzaamheid, huwelijksproblemen of zelfs een echtscheiding.

En daarmee was nog niet alles gezegd. Hoe kon het mannetje aanlopen tegen zijn eigen tekortkomingen. Zonden die hem dwars zaten. Waar zo moeilijk mee te breken was. En natuurlijk, prachtig als een dominee op zondag wist te vertellen dat eeuwig leven hier en nu al begon op het moment dat je Christus als je Verlosser aannam. Maar ook met die zekerheid in je hoofd ging leven voor Hem niet vanzelf. Wéér vallen. Wéér opstaan. Als een voortdurend refrein. En stel je nu toch eens voor dat dit gezwoeg op een dag afgelopen zal zijn! Gewoon God dienen met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en al je krachten! Daar kon het mannetje naar verlangen...

En dat was alleen nog maar wat hij bij zichzelf tegen kwam. Maar hoeveel verdriet en strijd zag hij ook niet om zich heen? Zoveel mannetjes en vrouwtjes die aan de buitenkant best vrolijk leken, maar van binnen soms ook zo verdrietig waren of vol twijfels zaten. Ieder huis zijn kruis, zei het cliché. En zo werd er wat afgesjouwd. Vond je het gek dat mensen naarmate ze ouder werden steeds krommer gingen lopen... En zou je dan niet gaan verlangen naar de dag dat het tobben voorgoed is afgelopen?

Toch gold dat niet voor iedereen. Ook niet onder mensen die verdriet en moeite in hun leven kenden. Want niet alleen ongelovige kinderen kunnen een beletsel zijn voor verlangend uitkijken naar die dag, maar ook het nog van alles hier op aarde willen beleven. Een huwelijk van je kinderen bijvoorbeeld. Een wereldreis die iemand nog wil maken. Bovendien, God geeft toch ook nog veel om van te genieten? Je hoeft toch niet te doen alsof dit leven waardeloos is?

Voor het mannetje was het leven een bootreis met een bestemming. En hij leefde toe naar het moment dat die bestemming werd bereikt, want daar zag hij naar uit. Op dat schip maakte hij allerlei leuke dingen mee en hij ontmoette er ook mensen die meer dan de moeite waard waren, maar ziekte, stormen en zelfs de dood voeren ook mee. En dat deed hem verlangen naar het Eindpunt.

Sommige anderen zagen die bootreis meer als een cruise. Ze genoten van het prachtige weer onderweg, van de faciliteiten op het schip, ze zwommen, dineerden en borrelden dat het een lieve lust was. De eindbestemming? Ja, natuurlijk die kwam eraan, daar was het vanzelfsprekend ook prachtig, maar nu mocht je toch ook genieten? En als ziekte, storm en dood zich onderweg aandienden dan deed dat natuurlijk net zoveel pijn maar ze probeerden het te compenseren met de geneugten aan boord.

Het was natuurlijk veel te zwart-wit gedacht, dat snapte het mannetje best. Maar goed, voorlopig ging hij weer even met een groepje voor op de boeg staan om te kijken of het Nieuwe Land al in zicht was...

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com