Menu Content/Inhalt
Het mannetje 40 (Wedergeboorte)
vrijdag 11 april 2008

ImageOf ze geloven? Ja, dat doen ze. Natuurlijk geloven ze! Ze kijken elkaar aan. Wat een rare vraag. Een open deur. Anders waren ze toch zeker niet als pubers op zaterdag naar dit mini-symposium gekomen om naar drie dominees te luisteren? Ja, geloven doen ze.
Maar, vervolgt de jonge predikant met het hoofd vol krullen, wie van jullie is er wedergeboren? Oei. Opnieuw worden er blikken gewisseld. Dit is andere koek. Wie durft er te zeggen dat hij wedergeboren is? En als je dat zegt en hij vraagt hoe je dat weet, wat dan? Het blijft stil.

Het mannetje kan zich moeizame discussies herinneren over dit onderwerp. Die keer op de camping in Ommen, toen er op het veld ook een paar reformatorische christenen stonden. Ze waren die zondag meegegaan naar de vrijgemaakte kerk en 's avonds, onder de koffie, werd de dienst nog even nabesproken. Het was allemaal veel te gemakkelijk gezegd in de kerk, aldus sommigen van hen. Waar was de ellendekennis? Je kon wel zeggen dat Christus ook voor jou was gestorven, maar wat was er dan met je gebeurd? Had je werkelijk weet van de diepe put waarin je verbleef? En dacht je nu echt dat je daar zo maar uit kon opkrabbelen? Nee, dat de vrijgemaakten terecht bekend stonden om het verbondsautomatisme was vandaag wel weer duidelijk geworden...

Ook zij geloofden in God. En ze geloofden ook dat Jezus Christus als Zijn Zoon was gestorven voor de zonden van de mensen. Maar jezelf datgene wat Hij verdiend had ook toeëigenen, dat Hij dus ook voor jouw persoontje had betaald, nee, dat ging een beetje te snel. Dat kon je niet zo maar zeggen.

Voor het mannetje bleef het vreemd. Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Waar ging het dus om? Om geloof in Jezus Christus. Jezus, die tegen een verlamde man zei: Sta op en wandel. Wat zouden we gek kijken als er dan achter stond: Maar Heer, dat kan ik niet! Mijn benen zijn verlamd! En ik ben het helemaal niet waard dat U mij weer laat lopen! Maar niets van dit alles. De verlamde man kwam in de benen, pakte zijn matras en ging weg, God lovend en prijzend. Hij geloofde dat wat Jezus zei waar was en dus bedacht hij zich geen moment maar kwam overeind.

Al in het oude testament was te zien hoe God werkte. Wat moest het volk Israël doen toen ze bij Jericho aankwamen? Er omheen gaan lopen. God zelf zou er voor zorgen dat de muren instortten. Gekkenwerk natuurlijk... Wie doet dat nu... Wij zouden zeggen 'je gelooft zeker in sprookjes!' Maar zie, ze deden het en het gebeurde. Wat God belooft, dat doet Hij ook.

Geloof je? Geloof je dat Jezus Christus als Zoon van God voor je zonden is gestorven? Waarom durf je dan niet te zeggen dat je wedergeboren bent? Is daar meer voor nodig? Wat dan? Moet je zelf nog een bepaalde prestatie leveren om na dit leven bij God in de hemel te komen? Bepaalde zonden afleren of zo? Of andere mensen eerst bekeren? Meer Jezus uitstralen misschien? Prachtige vruchten van het geloof hoor, maar geen voorwaarde om jezelf verlost te weten. Zoals Paulus aan de Romeinen schreef: Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.

Wedergeboorte. Geen discussieonderwerp dus, maar het resultaat van geloven. Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil. Zou men dus beweren dat Christus niet genoeg is, maar dat er naast Hem nog iets anders nodig is, dan is dat een gruwelijke godslastering. Daaruit zou immers volgen dat Christus maar een halve Heiland is. (Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 22)

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com