Menu Content/Inhalt
Het mannetje 59 (Gehandicapt?)
zondag 01 februari 2009

Zondag 10 juni j.l. is Marcel Broekhuizen door zijn hemelse Vader thuisgehaald. Hij is 33 jaar oud geworden. Zaterdag 16 juni a.s zal hij in Bleiswijk worden begraven. Op 1 februari 2009 schreef ik een mannetje naar aanleiding van een bezoek aan hem:

Ontsnapt aan de hectiek van de A27 met z'n ellenlange vrijdagmiddagfiles rijd ik de rust binnen van verpleeghuis De Wijngaard. De stilte komt me tegemoet. Ik ga op bezoek bij Marcel. Bijna dertig jaar oud, maar vanaf zijn jonge jaren gebonden aan een rolstoel. Zijn spasticiteit zorgt er ook voor dat hij niet kan spreken. Een stemcomputer biedt uitkomst. Al is ook dat een gevecht omdat zijn handen bij het aanwijzen van de juiste tekens op het beeldscherm niet altijd doen wat hij wil. Gebrokenheid.

Ik word hartelijk door hem begroet. Hij vertelt dat hij net klaar is met het bezorgen van de post op de afdeling. Dat doet hij vier dagen in de week. Ik merk aan hem dat hij daar groot plezier in heeft. Iets betekenen voor anderen. Rondrijden met zijn rolstoel geeft hem ook een gevoel van vrijheid. Kunnen heengaan waar hij op dat moment naar toe wil. En ik moet terug denken aan die keer dat er thuis iets mis was met een band van een wiel. Wat een straf. Want dan ben je helemaal afhankelijk van anderen...

Wij mensen kunnen soms tobben over de zin van het (ons) leven. Wat ben ik waard? Wie zit er op mij te wachten? Of dieper: Waar zou God míj nu voor kunnen gebruiken? Ik kan níets. De gedachte komt bij mij op als ik naar hem kijk terwijl hij met een mondkapje op vernevelingsmedicijn moet innemen. Zijn longen zijn kwetsbaar en hij hoest veel omdat er slijm in de weg zit. Deze jonge man steunt heel zijn leven al op anderen. Zijn moeder, zijn broers, verpleging, andere mensen die hem helpen en bezoeken. Welke vragen zal híj allemaal niet hebben aan zijn hemelse Vader?

En hoe is er (en wordt er?) door de maatschappij soms aangekeken tegen mensen als hij. Gesproken over de waarde en de kwaliteit van hun leven. Dat ze niets toevoegen en eigenlijk alleen maar geld en tijd kosten. Stuitend. Kwetsend ook voor de mensen om hen heen die zoveel liefde en energie geven of hebben gegeven.

Ik vraag hem of we nog een stukje uit de Bijbel zullen lezen. Dat is goed en ik moet maar gewoon verder gaan op de plaats waar hij open ligt. Ik zie Jesaja 2 staan. 'Dat is wel een pittig stuk waarschuw ik hem.' Hij lacht. Dat geeft niet, lees ik in zijn ogen. Het gaat over een profetie waarin Jesaja aankondigt dat de dag van de Here eraan komt. En ik lees:

Op die dag zal de HEER van de hemelse machten
zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots,
tegen ieder die zich verheven acht – ze worden vernederd! –,

En een stukje verder:

Schenk de mens niet langer aandacht.
Wat is hij zonder adem in zijn neus?
Wat heeft hij te betekenen?

Ik kijk hem stil aan. Zijn gezicht straalt. Hij heeft het goed begrepen. En ik zeg hem dat dit een prachtige belofte van God is, ook voor hem. De dag dat hij geen rolstoel meer nodig heeft. Dat hij op eigen benen kan staan. Geen stemcomputer meer die niet doet wat hij wil. Begrepen worden. Duidelijk kunnen maken wat je wil zeggen en wat je voelt. Hij lacht van oor tot oor. Geweldig.

We gaan bidden. En als ik hem vraag of hij nog ergens speciaal voor wil bidden dan maakt hij me duidelijk dat we moeten bidden voor een vrouw in De Wijngaard die geopereerd moet worden. Het wordt me niet helemaal helder wat er met haar aan de hand is, maar dat weet God wel. En weer schiet het door me heen: Zelf zo afhankelijk zijn van alles en iedereen en dan toch aandacht hebben voor de nood van een ander. Of zijn leven waarde heeft...

Op de terugweg houd ik mijn handen aan het stuur.
Maar in mijn hart klinkt een gebed.
'Geef Marcel een ereplaats straks bij U in de hemel Vader.
Amen.'

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com