Menu Content/Inhalt
Zelfbeeld niet te koop!
vrijdag 06 februari 2009

ImageWat zeg je van jezelf: Wie ben je van binnen en van buiten? Wat zegt je vrouw-ex-partner-vriendin wie jij bent, van binnen en van buiten? Wat zeggen je ouders wie jij bent, van binnen en van buiten? Wat zeggen je vrienden wie jij bent van binnen en van buiten? Wat zeggen je kinderen wie jij bent van binnen en van buiten? Ja, ja deze vragen liegen er niet om…. En probeer ze maar eens voor je zelf eerlijk in te vullen, zonder te spieken bij je buurman of buurvrouw! Zo starten we de vierde avond met het thema 'Zelfbeeld, zelfrespect, eigenwaarde en zelfvertrouwen' van de opvoedcursus. Het was wel even schrikken deze start en bovendien erg lastig om hier even snel voor jezelf antwoorden op te geven.

Dus al zwetend begonnen we de klus, het was stil, erg stil in de zaal. Iedereen zat gebogen over het vragenformulier….Wat zullen deze vragen voor veel ouders in de zaal confronterend zijn geweest. Een ieder neemt een kijkje in de spiegel van zichzelf en wat zie je daar, alles wat je in je eigen opvoeding van je ouders of verzorgers over je heen hebt gekregen! Oftewel het beeld van jezelf, je zelfbeeld! Het zelfbeeld van een kind is het beeld dat een kind van zichzelf heeft. Dit vormt zich vooral door de omgang met de omgeving. Ouders, familie en vrienden vormen in grote mate het zelfbeeld van een kind. Zij maken complimenten of reageren afkeurend op het gedrag van het kind. Deze opmerkingen van anderen zijn mede bepalend voor de manier waarop kinderen over zichzelf gaan denken en voelen. Kinderen gaan dan denken ik mag er zijn, of ze vinden me niet aardig. De sfeer in een gezin is erg belangrijk voor het vormen van een positief zelfbeeld.

Natuurlijk begint dit in het gewone dagelijkse gezinsleven van eten en drinken, kleden... Belangrijk is dat er een warme sfeer is waarin de kinderen zich veilig en thuis voelen. Het is niet zo heel moeilijk om voor heel jonge kinderen belangstelling te tonen. De eerste woordjes, stappen en andere prestaties ontlokken aan de omstanders vaak een hoera of een applaus. Maar naarmate het kind verder komt vallen bepaalde prestaties minder op en de aandacht van de opvoeders verslapt dan al gauw. Beide ouders moeten zich inzetten voor een goede opvoeding. Neem je kind serieus, wees belangstellend, meelevend wat al kan uitkomen in de kleine dingen waar het kind zich mee bezig houdt. Neem de TIJD en laat zien dat ze waardevol zijn in jouw ogen! Complimenten, knuffel, positieve woorden, allemaal aspecten waar een kind van groeit in het voelen van waardevol te zijn! Wij zijn verantwoordelijk voor het zelfbeeld van ons kind! Houd je zelf een spiegel voor… Hoe doe ik? Hoe denk ik? Wat voor lichaamstaal spreek ik? Geef je geen positieve aandacht? Dan vraagt het kind negatieve aandacht! Krijgt een kind geen aandacht? Het kind zal zich niet waardevol voelen! In een negatieve sfeer trekt een kind zich terug.

Maar wat heb je in je eigen opvoeding van deze dingen zelf meegekregen? Wat je niet hebt kun je ook niet geven! Werd je zelf altijd afgewezen? Gekleineerd, kon je nooit iets goed doen? Werd je altijd vergeleken met dat andere broertje, waar jij niet aan kon tippen? Je moet je zelf zijn niet je broer of je zus! Probeer hier mee af te rekenen en doorbreek het. God wil het herstel ook met de ouders aangaan, Hij is vol ontferming, zorg en mededogen. Vraag Hem om hulp en kracht! Zoek een andere weg voor je kinderen. Een weg die er voor zorgt dat je kind die man/vrouw wordt zoals God wil dat ze worden! Hierbij gaat het niet om de hoge prestaties van het kind, maar dat het positief naar zich zelf gaat kijken… Bekijk je kind en jezelf door Gods ogen! Ieder kind is uniek, JIJ OOK! Ieder kind is ergens goed in, probeer dit naar voren te halen, zoek de sleutel. Stimuleer de talenten, zodat ze verder ontwikkeld worden. Bid of God je daarbij wil helpen zoeken! Ook is het goed dat ouders hun kinderen van een afstandje bekijken. Wanneer ouders met elkaar spreken over de stand van zaken kan dit veel verhelderen. ImageOok gesprekken met mede verzorgers- broeders- zusters kunnen werken als ‘eyeopeners’ en een betere kijk op het eigen kind geven. Binnen de gemeente mag er ook belangstelling zijn voor de ontwikkeling van elkaars kinderen.

Wat de tijden door veel kwaad bloed heeft gezet is het onderling vergelijken. Kinderen voelen zich vernederd en miskend in hun eigen geaardheid wanneer ze steeds vergeleken worden met bijvoorbeeld een braver of een beter broertje of zusje of een voorbeeldig iemand uit hun omgeving. Het is wel te begrijpen dat een ouder tot een bepaalde aanpak komt, maar deze is nooit goed te keuren. Naar het kind toe krijgt de boodschap een ondertoon van jij bent niet zoveel waard, terwijl het kind dat als voorbeeld wordt gebruikt, gemakkelijk wordt geïdealiseerd. Plus dat dit soort boodschappen haatgevoelens ten opzichte van dat voorbeeldige kind kunnen opleveren. Bovendien is dit een slechte voedingsbodem voor de wezenlijke boodschap van het evangelie: Je bent een schepsel van God en Hij houdt van jou!

Er moet ook ruimte voor zelfstandigheid zijn in de opvoeding van je kind. Kinderen die niet hebben geleerd om zelfstandig opdrachten uit te voeren en daarvoor verantwoordelijkheid dragen, kunnen er moeite mee krijgen om op eigen benen te staan. Ook op het geestelijke vlak geldt dit in die zin dat ze moeten leren om zelf tot een keuze te komen. Ze moeten zelf achter hun beslissingen durven staan. De basis van het geven van verantwoordelijkheid is het durven geven van vertrouwen. Dat gaat niet vanzelf. Maar stukje voor stukje groeit het kind daarin verder en leer je ook steeds meer vertrouwen te hebben in je kind. Als je niet geleerd hebt om een zekere verantwoordelijkheid te dragen - hoe beperkt ook – kan dat tot gevolg hebben dat je, zodra je op eigen benen komt te staan, onzeker wordt en je niet weet hoe je je hebt te gedragen. Uiteindelijk zullen ze zelf als ze volwassen worden keuzes moeten maken en verantwoordelijkheid durven en kunnen dragen. Dat is nodig omdat het gaat om jongeren die straks zelf misschien weer gezinnen hopen te stichten en die daar hopelijk met wijsheid leiding zullen gaan geven.

Tenslotte gebruikt de Here Jezus de kinderen als voorbeeld voor ons. Koningskinderen zijn we allemaal! In Psalm 8 staat geschreven: U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd. Is het beeld dat je hebt van jezelf, wel het beeld dat God van je heeft? Is het beeld dat je kind van zichzelf heeft, wel het beeld dat God van hem/haar heeft? Wat heeft God in ons kind gelegd en in onszelf… Probeer door Gods ogen te kijken naar je kind en jezelf. Je bent geschapen naar Zijn beeld. Weet je dat de Vader je kent, weet je dat je van waarde bent? Weet je dat je een parel bent, een parel in Gods hand!

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com