Menu Content/Inhalt
Appeltaart en kinderen..
zondag 30 januari 2011

ImageVorige week was ik weer aanwezig op een koffie vrouwenochtend uitgaande van In Touch in de Hervormde Kerk in Bergschenhoek. Ik ga hier regelmatig naar toe en maak daar graag mijn tijd voor vrij. Het is en voelt als een soort oase, een rustpunt in mijn drukke bestaan. Je zakt daar even neer, zet je knop op ontvangen en gaat een uurtje later weer met een opgeladen accu de wereld in. En zo sprak afgelopen dinsdag Margriet van der Kooi over haar boek ‘Als kinderen andere wegen gaan’ overigens samen geschreven met Wim ter Horst. Ik hing werkelijk aan haar lippen en zat op het puntje van mijn stoel. Ze kon zo boeiend en eigentijds over dit onderwerp vertellen.

Kinderen groot brengen. Wat een mooie, maar best ook wel moeilijke taak. Kinderen bij God brengen? Hoe doe je dat eigenlijk? Kunnen wij dat wel? Daar ging het deze ochtend over: hoe maken we onze kinderen Wegwijs? Ook teleurstelling, zorgen, verdriet en blijdschap kwamen hierbij aan bod. Het lijkt een onbereikbaar ideaal. Kinderen opvoeden. Kinderen bij God brengen. Kan dat wel? En hoe doe je dat dan? Is daar een recept voor? Nee. Voor een appeltaart wel. Een appeltaart bakken kun je leren. Als je maar een recept hebt en de goede ingrediënten. Misschien dat het de eerste keer mislukt, maar de tweede keer is succes verzekerd. Maar kinderen zijn geen appeltaarten. Elk kind is anders. En elke tijd en situatie is anders. Kinderen zijn geen appeltaarten. We kunnen ze niet maken. Wel breken.

Daar komt bij, dat de opvoeding van onze kinderen niet in de besloten ruimte van de keuken plaatsvindt maar midden in de wereld. En die wereld houd je niet zo makkelijk buiten de deur. Misschien dat het nog lukt als de kinderen drie of vier jaar oud zijn. Dan liggen alleen nog maar de Teletubbies op de loer. En tot en met de lagere school, tot zo’n 12 jaar, gaat het ook nog wel. Al is het met de nodige ergernis en moeite. Want dan komen de vriendjes uit de straat al binnen en de wereld van de computerspelletjes. Opeens is alles 'saai'. Maar als kinderen naar de middelbare school gaan, dan zijn er opeens tientallen ‘medeopvoeders’. Soms heel openlijk: de wereld van MTV en ‘Spuiten en slikken’. Maar soms ook erg verborgen. De mode. Het internet. De tv. Alle soorten van mobieltjes. Alcohol wordt stoer en roken. Ze zijn bezig met de vriendengroep en wat vrienden van ze vinden.

Medeopvoeders. En die medeopvoeders hebben een ander doel. De meesten gaat het niet om onze kinderen, maar om de vraag wat ze aan hen kunnen verdienen. Een miljoenenmarkt. Dat doen ze door in te spelen op heel directe verlangens van deze groep. We leven in een consumptiemaatschappij, waarin het vooral gaat over ‘Het moet lekker zijn en leuk en vooral ook hier en nu!’ Ook oudere jongeren raken door deze ziekte besmet. We willen nú gelukkig zijn. Daar komt bij, dat kinderen nooit alleen maar het product zijn van hun opvoeding. Ze zijn er ook zelf nog. Niet alleen door hun karakter en hun aangeboren mogelijkheden. En onmogelijkheden. Dat ook. Maar ook omdat hun ‘ik’ zich ontwikkelt. Ze ontdekken zichzelf en ze krijgen een eigen wil. Een eigen smaak. Ze maken eigen keuzes. Met twee jaar klinkt het al uit zo’n klein schattig mondje: ‘Zelf doen…’

In de loop van de jaren kun je dan misschien nog wel gewenst gedrag afdwingen. Maar innerlijke keuzes niet. Die maken ze steeds meer zelf. Je kunt tegen ze zeggen dat drank niet goed voor ze is. Maar ze moeten dat ook zelf gaan vinden. Ze gaan mee naar de kerk, omdat je dat vraagt. Maar of hun hart daar dan ook open staat, dat kun je niet afdwingen. Gewenst gedrag kun je nog afdwingen. Innerlijke keuzes niet.

We leven in een drukke samenleving. We moeten van alles en als we een keer niets moeten, dan staat de TV wel aan. Je kunt met je kinderen van het ene naar het andere pretpark hollen. Van de ene mobieltje naar het andere. In onze wereld lopen mensen daarom het gevaar om zwervers te worden. Van het ene geluk naar het andere. Maar onze kinderen moeten geen zwervers worden, maar pelgrims. Pelgrims op weg naar het beloofde land. Naar de ontmoeting met God. Daarom is het zo belangrijk om oases in te bouwen. Plekken vol rust. Samen eten. Samen uit de bijbel lezen. Samen bidden. Een venster op God. En de toekomst van God.

Als ze groter worden ontdekken ze op een dag, dat ze ook iemand zijn. Ze ontdekken hun ik. Hun persoonlijkheid. Ze zijn geen onderdeel van papa en mama, maar ze zijn zelf ook iemand. En de vraag wordt heel brandend: ‘Wie ben ik? Waar ga ik voor? Bij wie wil ik horen? Is de kerk wel iets voor mij?’ En het mooie en tegelijk lastige is, dat zij de antwoorden zelf willen vinden. En dat moet ook. Anders worden hun overtuigingen meer een jas die ze hebben aangetrokken, maar die ze even zo makkelijk weer kunnen uitrekken. Het is nooit van henzelf geworden. Anders gezegd: ze zijn op zoek naar een innerlijk kompas. Een eigen overtuiging. Ze komen met allerlei vragen. En soms luisteren ze daarvoor meer naar anderen dan naar hun eigen ouders. Ze praten met hun vrienden. Leraren. Ze dwalen rond op het internet.

Ouderliefde is nooit vergeefs. Vooral niet als door onze liefde Gods liefde mag schijnen. Als we een venster op Gods liefde zijn. Want dan is God zelf met onze kinderen bezig. En als God bezig is, dan zijn wonderen nooit ver weg. Wat is opvoeden toch boeiend...

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com