Menu Content/Inhalt
Hellup! Bijen!
dinsdag 23 augustus 2011

ImageMaandag was het heerlijk weer. En alhoewel ik voor onze vakantie de tuin flink onder handen had genomen (gesnoeid, vuil getrokken en hier en daar wat verwijderd en opnieuw aangeplant) was het onkruid al weer flink vertegenwoordigd. Het schoot met dit weer als paddestoelen uit de grond waar je bij stond en groeide als kool. Dus trok ik lekker de korte broek en een hempje aan en toog gewapend met schrepel, snoeischaar en bezem aan het werk. De eerste etappe (de voortuin) had ik vorige week al onder handen genomen. Maar aangezien de container uitpuilde en het er aan alle kanten overheen hing, was het beter met de rest van de tuin nog even te wachten. Vrijdag werd de container geleegd, dus kon ik er nu weer flink tegenaan.

En ik ging lekker. Uitgebloeide planten werden gekortwiekt en alles wat er ook maar een beetje verwilderd uitzag daar ging de schaar in. Ik nam de schutting flink onderhanden, die was namelijk drie keer zo dik geworden van de hedera en die vreselijke ongenode pispotten die zich overal tussendoor en overheen slingeren. Maar toen ik hiervoor mijn trapje verzette was het net of er aan de andere kant van de schutting een klein brommertje werd gestart. Een soort van eentonig gebrom. Ik keek er vreemd van op want er was er in geen velden of wegen een brommer te bekennen. Maar het geluid stierf ook weer weg. Dus besteeg ik mijn trapje opnieuw, met het gevolg dat het motortje weer ging draaien. Ietwat geïrriteerd snoeide ik er weer flink op los.

Totdat het gebrom steeds heftiger werd. En ja hoor, toen ik nogmaals naar beneden keek zag ik onder de varens vandaan een dikke, gedrongen, slome bij vliegen. Oei, dacht ik nog bij mezelf… Dit was toch wel gevaarlijk. Maar rustig werkte ik verder en dacht 'ach één zo’n bij.' En ik maakte de afspraak: Ik doe jou geen kwaad en jij mij niet… toch? Maar binnen de kortste keren had deze lijfwacht blijkbaar de hele hofhouding gewaarschuwd en kwam al het personeel wild brommend naar buiten zwermen. Onder de sprookjesachtige varens kwam ineens een heel leger dikke, woeste, bijen tevoorschijn. Of ik misschien even weg wilde gaan met de poot van mijn onfatsoenlijke keukentrapje.

Het werd me nu toch echt te gortig en eerlijk gezegd sloeg me de angst een beetje om het hart. Daar stond ik met mijn mooie, bruine, blote kuiten en zonnehempje op de trap. Eigenlijk durfde ik er niet meer af. Maar ik moest wel, kon moeilijk over de schutting klimmen. Stel dat ze me met z’n allen even te grazen zouden nemen om hun koninginnetje te beschermen. Ik sprong met een reuzensprong van de trap, bovenop mijn vergeet-me-nieten en inspecteerde het boze, gespierde, bijenvolkje van een afstand. Het was net of ze zagen dat het gevaar geweken was en de hele hofhouding en lijfwachten trokken zich weer terug in hun paleisje, onder de varens in de grond.

We kennen ze maar al te goed, de zoemende, ijverige bijtjes. Veelal zijn we er bang voor, maar daar is geen reden toe. Zolang we de bij met rust laten, zal ze ons ook niks doen. Een bij leeft in een groep, een volk genaamd. Aan het hoofd staan de werksters, (natuurlijk) de vrouwtjes. Zij besturen het volk, zij hebben het voor het zeggen. Zij zorgen dat er in het volk één koningin aanwezig is. Deze wordt vertroeteld en verzorgd als een koningin. Want, van haar hangt het voortbestaan van het volk af. Toen er geen bij meer te zien was en zij allen weer aan het werk waren in hun burcht, tilde ik voorzichtig mijn trapje tussen de varens vandaan. Nog éénmaal kwam er een boze lijfwacht naar buiten vliegen die vast dacht bij zichzelf: ‘Drommels, is het nu alweer hommeles?’ Maar gelukkig zag hij dat het goed was. En gerustgesteld kon hij naar binnen en ik weer op mijn trap, zei het een meter verderop.

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com