Menu Content/Inhalt
Bedelaar!
woensdag 26 april 2006

Vanavond trok ik de stoute schoenen aan. Na een heerlijk zonnig dagje Keukenhof, moest het er nu toch maar van komen. Een tas was gebracht vorige week, met daarin een nieuwsbrief en een collectebus van het Nationaal Fonds Kinderhulp. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat die collectebus in de tas zou blijven, dus ging ik moedig op pad langs de deur, om de bus te vullen. Wat natuurlijk de bedoeling is! Nationaal Fonds Kinderhulp, heeft u er ooit van gehoord? Wat doet Kinderhulp? Kinderhulp komt op voor ongeveer 250.000 kinderen in Nederland die meestal als gevolg van een ontwrichte thuissituatie te maken krijgen met jeugdzorg. Zij bieden hulp in de vorm van bijdragen die het kind rechtstreeks ten goede komen.

Aangezien onze kinderen niets te kort komen, loop ik voor dit doel. Dus zo gezegd zo gedaan ging ik vanavond op pad als bedelaar voor dit fonds. Ik dacht, ik ga lekker vroeg, des te meer kans heb ik dat vele mensen thuis zijn. Drie straten stonden op mijn kaartje, in een oude wijk in Bleiswijk. ’t Moest te doen zijn in een uurtje. Afijn daar liep ik dan, richting de eerste bel en ik dacht ’t is niet mijn hobby, maar ik doe het ook niet voor mezelf. Ik sprak mezelf moed in en dacht aan de kinderen die aan hun lot worden overgelaten door hun ouders. Ik belde aan en deed m’n zegje. Je ziet de mensen verstoord kijken en denken, weer zo’n bedelaar! De deur gaat met een klap dicht en er werd onder wat gemompel geld gehaald, vooral kleingeld. Er waren ook mensen die alleen maar groot geld hadden en vervolgens vroegen of ik kon wisselen? Natuurlijk kan ik dat niet. Waarop ik zei: ‘dat kan ik niet, maar ‘t is niet erg, groot geld is ook zeker welkom’. Helaas, de deur ging voor mijn neus dicht, want dat was te veel van het goede.

Voor ik aanbelde, bestudeerde ik eerst de reclame en naambordjes naast de desbetreffende voordeur. Zo kwam ik langs een pedicure, een natuurgeneeskundige en zelfs de begrafenisondernemer bleek in deze straat te wonen. Een groot gouden bord schreeuwde mij toe: begrafenisondernemer... Terwijl ik ook daar aanbelde voor een aalmoes, begon er plots in de gang luid “happy birthday to you” te schallen. Helaas werd er niet open gedaan, zeker net weggeroepen voor, nee niet een geboorte, maar helaas een sterfgeval.

Toen ik al aardig wat huizen had gehad in deze straat gingen spontaan de gordijnen dicht, televisies uit, mensen doken onder de bank en andere mensen moesten ineens overhaast weg. Moeders stuurden de kinderen naar de deur, om vervolgens de kinderen te laten vertellen, dat ze helaas niet meedoen aan deze onzin. Eén mevrouw kwam wel aan de deur, maar vertelde mij dat ze echt helemaal niets heeft met kinderhulp, ik vertel haar dat deze kinderen geen ouders of ontspoorde ouders hebben. Hierop reageerde zij met de woorden: ‘dan hadden zij geen kinderen moeten nemen!’

De moed begon me aardig in de schoenen te zakken. Toch ging ik op naar de volgende bel van een vrijstaande villa, de enige hier in dit wijkje. Ik dacht nog bij mezelf: dat moet wat opleveren. Ik belde aan en nogmaals belde ik aan, helaas niet thuis. Ik liep voorbij het kamerraam en zag een echtpaar gebogen boven hun bord verstoord opkijken naar mij. Ik schudde hoog met m’n collectebus in de lucht, waarna de vrouw des huizes naar de voordeur kwam. Ik zei beleefd: ‘De deurbel heeft zeker de geest gegeven’. Waarop zij reageerde: 'De bel mankeert niets, maar wij zijn zojuist thuisgekomen, zitten heerlijk te eten en moeten zo meteen weer vertrekken’. Ik zeg: 'En daarom kwam ik juist op dit moment.' De mevrouw werd boos en zei nogmaals : ‘Ik zit te eten!’ Waarop ik weer reageerde, al knikkend naar de bus: 'Ja, dat willen deze kinderen ook!’ Het leverde me niks op en ik dacht bij mezelf, schandalig, uw eten zal vast niet meer smaken.

Ik voelde me echt een sloeberige arme bedelaar. Verdrietig en teleurgesteld liep ik over een binnenplaatsje, waar allemaal garagedeuren op uitkwamen, richting mijn auto. Ik keek wat rond naar de Marokkaanse jongetjes die daar samen een balletje trapten. Een Marokkaans meisje zei me vriendelijk gedag. Ze kwam me achterna rennen en trok me aan m’n mouw. Met haar nieuwsgierige bruine ogen vroeg ze aan me: ‘Mevrouw, mevrouw, waar collecteert u voor?’ Ik hield de bus omhoog en zei: ‘Voor het Nationaal Fonds Kinderhulp’. Haar vuile handje ging diep in haar broekzak onder haar rok, en toen hij weer te voorschijn kwam, zat daar een koperkleurig muntje in. Ze liet het in de bus glijden en zei: ‘Alstublieft, ik ben van nummer twee en mijn moeder is niet thuis’. Mijn hart maakte een sprongetje en ik bedankte haar hartelijk. Ik ging bijna huppelend naar de auto. Het maakte mijn avond toch weer goed. Nee, collecteren is geen hobby van mij, maar je doet het voor het goede doel!

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com