Menu Content/Inhalt
Gierende zenuwen
Weblog Ineke
donderdag 27 september 2012

ImageEen aantal weken geleden vereerden we de tandarts met een bezoekje. Het was weer tijd voor de halfjaarlijkse controle. En natuurlijk deden we dit gezellig met het hele gezin, hoewel we niet allemaal tegelijk aankwamen bij de praktijk. Eén voor één waaiden we aan. De één uit school, de ander bij een tuinder en een volgende bij haar stageplek vandaan. Het is meestal een fluitje van een cent zo’n bezoekje. Wat tandsteen wegbikken en hier en daar kijken of de vullingen nog wel goed vast zitten. Een fluorbehandelinkje, wat sealen en heel af en toe een fotootje. Maar dit keer viel het níet mee.

Hoe het mogelijk was weet ik niet, maar we moesten bijna allemaal een nieuwe afspraak maken met de assistente. Ze zien ons blijkbaar graag. En dat gebeurde voorheen vrijwel nooit. Mijn mond viel daarom open van verbazing en ik vroeg aan de tandarts of hij financieel misschien een beetje krap zat. Waarop hij lachend reageerde: ‘Tja, ik moet nog op vakantie!’ Dus zo mochten Kees en ik vanmiddag weer samen naar de tandarts. Ik kan me eigenlijk wel leukere uitstapjes voorstellen. Maar wat moet, dat moet en gelukkig konden we samen. Gedeelde smart is immers halve smart.

En zo zaten we ons lot af te wachten aan de tafel in de wachtkamer. Met op de achtergrond van die heerlijke geruststellende geluiden. Ik fluisterde tegen Kees: ’Laat mij maar eerst…’ Ik dacht, dan heb ik het maar gehad. Probeerde me -als afleiding- te concentreren op een potje Wordfeud. En ja hoor, al snel ging de deur van de martelkamer open en kwam de tandarts met stralende Prodentlach te voorschijn. ‘Wie?’ vroeg de tandarts, met grote ogen onder een soort van lasbril vandaan. Moedig zei ik: ‘Laat mij maar eerst.. Óf, kunnen we misschien samen?‘ voegde ik er nog aan toe. Maar helaas, de stoel bleek niet breed genoeg. En zo lag ik daar therapeutisch onverantwoord verkrampt in de stoel onder een soort van hoogtezon.

Een vulling moest vervangen en een klein gaatje gevuld. De restauratie kon beginnen. Ik kneep mijn handen in elkaar en deed een schietgebedje. Brrrr… En terwijl hij bezig was met boor, afzuiger, gevaarlijke prikhaken en stellingen om mijn kies bouwend en tampons nog ergens tussen duwend, ging hij ook nog eens een gezellig praatje met me maken en vroeg hij -quasi grappig- wat voor kleur vulling ik wilde hebben. Daar zat ik natuurlijk niet echt op te wachten en ik kon er al helemaal niet om lachen. Want zeg nu zelf, met een mond vol tampons, stellingen en haken kun je immers geen geluid uitbrengen en al helemaal niets terugzeggen laat staan beleefd lachen? Ik blijf dat altijd zo vreemd vinden van die tandartsen.

Het geluid van de boor ging door merg en been en kriebelde venijnig over mijn blote zenuwen. Die tandarts van ons is in feite een soort bouwvakker die graag met zijn handen werkt en trots is op z'n gereedschappen: boren, beitels, vijlen en vulmiddel. Er zijn minstens vijf momenten geweest dat ik vanwege de pijn en de angst bijna in z’n vingers heb gebeten of was weggelopen. Het viel niet mee om rustig en relaxed op de slachtbank te blijven liggen. Maar ja, wie wil er een kunstgebit op zijn nachtkastje?

Nadat de klus was geklaard vroeg de tandarts hoe het voelde. Waarop ik als een boer met kiespijn lachte: ‘Heerlijk!’ Wat een vraag...

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com