Menu Content/Inhalt
Blaren
Weblog Ineke
maandag 10 juni 2013

ImageHet is inmiddels een uur of tien als mijn geduld toch echt op is. Ik ren stampend naar boven, zie een streep licht onder de slaapkamerdeur door schijnen en hoor geluiden die er al lang rond deze tijd niet meer behoren te zijn. Het is zondagavond en de maat is nu duidelijk vol! Alvorens ik de deur van de slaapkamer open gooi hoor ik een gezellig gekeuvel van twee broeders, die zich allang en breed in dromenland hadden moeten begeven. Maar ja, het is zondagavond en dan gaat het nooit zo vlotjes en wordt er heel wat getreuzeld voordat de mannen in hun bed liggen. Bovendien zijn de dagen bijna op z’n langst.

Maar ja, de slaapkamer is goed verduisterd dus daar kan het niet aan liggen, toch? Ik stap de kamer binnen en maak de mannen duidelijk dat het nu toch echt wel de hoogste tijd is dat ze hun slaap gaan pakken. Bart ligt met zijn pacemaker (mobiel) in zijn handen. En Sam heeft het erg druk met andere zaken. Hij kijkt me dan ook zeer verschrikt aan. ‘Ja, u hoeft echt niet boos te worden hoor…’ stamelt hij. Dus reageer ik: ‘Oh nee, en waarom dan wel niet? Jullie horen allang te slapen!’ Sam kijkt me aan en begint weer, met een geknepen stem: ‘Ik kan gewoon niet slapen deze nacht, want ik heb mijn vinger verbrand. ik denk dat ik maar wakker moet blijven.’

En ondertussen knikt hij naar zijn handen. In de ene hand houdt hij een beker met water, waarin hij met een vinger van zijn andere hand zit te roeren. ‘Vinger verbrand?’ reageer ik. ‘Hoe kan dat nu?’ ‘Ja’ begint hij weer: ‘U hoeft niet te kijken, het is nog lang geen blaar, ik weet niet hoeveel graads, maar het doet verrekte zeer.’ Ik inspecteer automatisch zijn omgeving, zie geen lucifers of ander brandbaar spul. Dus vraag ik hoe hij nu ooit zo liggend in zijn bed zijn vinger kan branden. En dan komt het antwoord: ‘Aan mijn lampje.’

Ik vertel hem dat hij echt niet heel de nacht zo met die vinger in het water kan gaan liggen roeren. Dat bovendien die beker om zal vallen en zijn bed zal veranderen in een waterbed. Het huilen staat hem duidelijk nader dan het lachen. ‘Hebt u dan geen zalf of zo?’ vraagt hij me. Ik vertel hem heel serieus dat je op brandwonden absoluut geen zalf mag smeren en al helemaal geen poeder mag strooien. Hij kijkt me vragend aan. Ik zeg hem dat hij die beker water toch echt weg moet zetten. Dat hij er maar beter een stukje nat WC papier omheen kan doen, of een washandje om het te verkoelen. Het is natuurlijk maar een lapmiddel. Maar wat kan ik er verder aan doen? Eigen schuld dikke b(ult)laar!

En zo papiermacheet hij een mooie witte vinger. En wordt het eindelijk stil.

Vanmorgen vroeg aan de ontbijttafel neem ik de schade op en vraag: ‘En Sam, hoe is het eigenlijk met je vinger?’ Hij kijkt me wat bevreemd aan en zegt lachend: ‘Oh, mijn vinger? Dat is allang weer over.’ Hij kijkt naar zijn vinger en weet niet eens meer welke het was. Hij vertelt verder: ‘Ik had er een nat WC papiertje omgedaan, maar ik weet eigenlijk niet waar dat gebleven is.’ En ik zeg: ‘Gelukkig maar. Dat loopt met een sisser af. Ik kon er bijna niet van slapen.’

Als alle mannen naar school zijn, begeef ik me met frisse moed naar boven, voor de verschoning van de bedden. Het is immers maandag. Sjor de dekbedden uit de hoezen en trek de hoeslakens van de matrassen. Maar, sta ik me daar toch ineens in een verrassende, koude plas met water… Is alsnog de beker met het verkoelende water van het nachtkastje afgevallen. Wie moet hier nu eigenlijk op de blaren zitten???

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com