Menu Content/Inhalt
Spoedeisende hulp
dinsdag 23 september 2014

ImageHet is vrijdag, de werkweek is bijna voorbij. We genieten nog wat van het nazomerweer. Kees is met zijn acht zwagers een dag en een nacht op pad. Dat gebeurt standaard op de derde vrijdag in september. Ik ben klaar voor het weekend en breng met mijn schoonmoeder (die van de broeders de Wit) een bezoek aan de oogarts in het ziekenhuis. Het belooft een lange ochtend te worden, maar dat maakt niet uit, we hebben de tijd. Ogen worden gedruppeld, foto’s worden gemaakt en nog meer foto’s worden gemaakt… In een ander kamertje horen we de uitslag en ook dat ze direct een eerste behandeling kan krijgen. Dat is mooi! Ze wordt klaargemaakt voor de ingreep en ik mag er bij blijven. Maar net op het moment dat de oogarts met de behandeling wil beginnen, hoor ik diep in mijn tas het blikken melodietje van mijn mobiel.

Nee hè, denk ik bij mezelf. Ik grabbel in mijn tas het onding tevoorschijn en kijk op mijn scherm. Het is Rik, snel veeg ik mijn vinger over het scherm en sis in het hoekje van de OK: ‘Rik, je weet toch dat ik met oma in het ziekenhuis ben? Je moet me hier niet bellen!’ Maar ik wordt ruw in de rede gevallen: ‘Mevrouw bent u de moeder van Rik?’ Ik zet me schrap. ‘Ik ben een ambulancebroeder en we hebben uw zoon Rik zojuist van de straat geraapt!’ Ik slik en alles duizelt… ’Hij is met zijn brommer tegen een brug aangereden maar buiten levensgevaar, dat wel!’ Ik stamel : ‘Oh...’ en op de achtergrond wordt het hele verhaal bevestigd, want ik hoor hem luid jammeren van de pijn. De broeder vervolgt: ‘Maar hij heeft een zeer lelijke en diepe gapende wond op zijn knie en hij moet daarom naar het Erasmus Medisch Centrum worden gebracht. Wilt u zo snel mogelijk naar de spoedeisende hulp aldaar komen?’

Ik verschuif op mijn kruk en de raderen in mijn hoofd draaien op volle toeren. En ik stamel: ‘Ik ben in het Franciscus Ziekenhuis, kan hij daar niet naar toe gebracht worden?’ De ambulancebroeder reageert wat geprikkeld en duidelijk gehaast: ‘Nee mevrouw, er is plastische chirurgie nodig voor zo’n lelijke wond en daarom moet hij naar een academisch ziekenhuis.‘  ‘Oké, ik kom zo snel mogelijk naar de spoedeisende hulp en wens hem sterkte!’ Het gesprek duurde maar een paar seconden. Het duizelt in mijn hoofd. Kippenvel op mijn armen. Mijn schoonmoeder onder het operatiekleed heeft het gesprek klaarblijkelijk goed gevolgd en reageert: ‘Ga maar hoor Ineke, ik red me wel!’ Ik zit in dubio. De ingreep is inmiddels klaar. Een assistent slaat een arm om mij heen en vraagt of het gaat. Ik knik en denk aan Rik, hoe ik hem hoorde jammeren van de pijn.

Dan besluit ik: kom op, hoofd koel houden, hij is in goede handen! Ik prakkiseer er niet over mijn schoonmoeder daar te laten zitten, ze kan immers geen hand voor ogen zien. Dus geef ik haar een arm en schuifelen we samen de afdeling af richting auto. Het lijkt allemaal uren te duren. De rij bij de parkeerautomaat, de lift en de weg naar de garage. Maar goed, met 20 minuten staan we dan toch voor haar deur, ik lever haar daar veilig af. Ze vraagt nog: ’Moet je echt niet eerst even een bakkie koffie voor de schrik?’ Ik schud nee, en heb nog maar één doel voor ogen, zo snel mogelijk naar de spoedeisende hulp, om Rik in mijn armen te sluiten. Ik stel mijn TomTom in en scheur weer terug naar Rotterdam. Rode lichten? Ik heb ze geloof ik niet gezien? Snelheidmeters? Geen idee en ik bid ‘Vader wees bij hem!’ Ik rijd de parkeergarage binnen en volg de borden spoedeisende hulp. Zie de ingang al waar de ambulances staan.

Spring uit mijn auto en sprint naar de schuifdeuren en meld me bij het loket. ‘Moeder van Rik?’ Ik roep ‘Ja’ en duw tegen de deuren. Ik ren naar binnen langs de kamers en dan ineens zie ik hem liggen op een bed. Wit bekkie, maar wel z'n telefoon tegen zijn oor. En als hij mij ook in het vizier krijgt, verschijnt er een smile van oor tot oor… Ik duik boven op hem. We zijn inmiddels dik een uur verder. Zijn been is dik ingepakt en hij wordt opgehaald door de chirurg. Ik geef hem nog één keer een dikke knuffel en dan verdwijnt hij door de klapdeuren voor opnieuw een grote operatie. Zijn been is boven zijn kniegewricht gebroken, knieschijf gebroken en hij heeft een hele grote gapende wond. Ik krijg een kopje koffie in mijn handen geduwd en het lange wachten kan beginnen. Ik breng zijn kleding naar de auto. Zijn broek ('Nee, niet openknippen!') is doordrenkt met bloed, ik griezel ervan. Een zware rugzak met het kettingslot van zijn brommer. Ik breng Kees na veel wikken en wegen toch maar middels een telefoontje op de hoogte. Want dit bericht gaat hij vast anders op de één of andere manier van iemand anders horen. En ik vertel hem dat hij niet per se terug hoeft te komen. Er verandert toch niets aan de situatie. Bovendien komen zijn vriendin Joanne en haar moeder me versterken in het ziekenhuis. Geschrokken, uiteraard.

Nadat Rik in de ambulance plat gespoten was voor de pijn, is hij hen direct gaan bellen. We wachten en wachten… zien de wijzers van de klok ontzagwekkend langzaam voorbij kruipen… uur na uur na uur. We besluiten alvast naar zijn kamer te gaan. En Joanne haar moeder gaat naar huis. Na drie uren van operatie en anderhalf uur uitslaapkamer wordt hij dan eindelijk de kamer ingereden. Slaperig, blij, emotioneel… Wat er dan door je heen gaat is onbeschrijfelijk. Maar God zij dank, we hebben hem nog!

En nu, drie dagen later, is hij zelfs alweer thuis. Mijn bikkel! Het komt allemaal goed. Met geduld en toch maar weer revalideren. Het is niet anders.

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com