Menu Content/Inhalt
Code Oranje
woensdag 01 april 2015

Image'De Nederlandse kustregio krijgt dinsdag te maken met een westerstorm en in het hele land komen zware windstoten voor. Het KNMI heeft daarom code oranje uitgegeven voor gevaarlijk weer. Aan de noordkust worden windkracht 9 en windstoten tot 110 kilometer per uur verwacht. Ook de rest van het land krijgt te maken met zware windstoten. De storm is volgens Weerplaza tussen 9.00 en 12.00 uur op het hoogtepunt.' Na dit weerbericht te hebben aangehoord op maandagavond kruipen we snel onder ons dekbed. Van dit soort berichten word ik niet blij! En langzaamaan begint alles rond om het huis te leven, te klepperen, fluiten, suizen, te kloppen oftewel heel veel herrie. Alles rolt over de straat. We sluiten de ramen, trekken alle deuren dicht en duiken nog dieper onder ons dekbed! Dromen over onbewoonde eilanden met heen en weer wiegende palmen en kokosnoten.

Als ik ’s morgens bruut wakker wordt geschud, lijkt alles nog steeds rond het huis te bewegen. Wat een storm. ‘Mam, mam!’ hoor ik, is het in mijn droom? Nee, het is realiteit. Sam staat ongeduldig naast mijn bed te dribbelen. Ik vraag: ‘Wat is er?’ Hij kijkt me aan, of ik wel echt wakker ben. ‘Mam, van het KNMI mag ik niet op de fiets naar school, code oranje!!!’ Lekker om zo wakker te worden, maar mijn hersenen draaien inmiddels ook op windkracht 9. Dus, bedenk ik, ga maar met het openbaar vervoer samen met Bart. Sam rent naar boven, om Bart er ook uit te trekken. Maar al snel komt hij weer naar beneden, volgende probleem: ‘Dat halen we nooit met de bus, het is minstens een uur reizen!!’

Hij is duidelijk de wanhoop nabij… Ik prakkizeer en heb inmiddels de gordijnen open geschoven. Alles draait om me heen, nee, dit komt niet door de storm buiten, maar door een depressie in mijn hoofd. Mijn evenwichtsorgaan is van slag en snel duik ik weer in bed. Maar het blijft inderdaad spookachtig buiten. Ik bedenk ineens, ze hebben wel de wind in de rug. Dus voor de wind. En ik begin met mijn volgende pleidooi. Het heeft geen zin om te zeggen dat wij vroeger ook altijd moesten fietsen door weer en wind. Want ja vroeger, dat is niet nu!  Dus zeg ik ‘Weet je Sam, je hebt voor de wind en het regent niet, ga toch maar gewoon op de fiets. Tegen de middag neemt de storm weer af, je zult het zelf zien.’ Sam druipt met de staart tussen de benen af, hij is duidelijk niet blij. En ik ook niet, wat heb ik er een hekel aan, als de kinderen door zulk hondenweer naar school te sturen. Zelfs de katten mogen binnen blijven.

Vervolgens geeft mijn mobieltje een fluitsignaal. Er rolt een Whatsappberichtje van Kees binnen: Ze kunnen gewoon op de fiets hoor! Ze hebben voor de wind en het is droog. En vanmiddag neemt de storm weer af. Sam heeft duidelijk geprobeerd bij Kees zijn gram te halen, door hem te bellen. Maar helaas het mag niet baten. Haast je rep je worden alle spullen bij elkaar gepakt, lopende weg duwt Sam een boterham door zijn keel. Boos, heel boos, geeft hij me dan toch maar een kus voor vertrek. ‘Sterkte jongen, je kan het!’ spreek ik hem bemoedigend toe. Daar achteraan komt een fluitende Bart mij gedag zeggen, die hoor ik nergens over, alsof het een prachtige zomerdag is. Maar ja, hij kent me langer dan vandaag. 

En ik, ik draai me nog eens om, ik barbaarse moeder. Zielig die arme jongens, natuurlijk lig ik niet lekker meer. Mijn bed is trouwens net een draaimolen, door het lage drukgebied in mijn hoofd dat op mijn evenwichtsorgaan drukt. Voorzichtig stap ik er uit en kleed me aan. Eet een boterham en bid dat ze gespaard mogen blijven en veilig op school aan mogen komen. Hopen dat er een engeltje op hun fietsbel zit. Als de schooldag erop zit en de jongens beide weer vrolijk en druk naar binnen waaien, is er geen vuiltje meer aan de lucht. De zon schijnt in brede banen, natuurlijk waait het nog wel, maar stukken minder. Ze hebben het overleefd. Mijn stoere, sterke, Hollandse mannen. Kijk, zo word je groot!

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com