Menu Content/Inhalt
Het mannetje 19 (Het kwaad weerstaan)
zaterdag 12 mei 2007

Maar kun je dan het kwade niet weerstaan?
De vraag bleef rondzingen in het hoofd van het mannetje, nog lang nadat de Alpha-avond was afgelopen. Kon het mannetje het kwade weerstaan? Hij woelde met zijn handen door zijn haar. Het kwade weerstaan... Nee zeggen tegen zonde. Nee zeggen tegen verlangens die hem op het lijf geschreven stonden. Hij was er niet sterk in moest hij zichzelf toegeven. Er hoefde maar íets te gebeuren op het verkeerde moment en hij kon zo zijn zelfbeheersing verliezen. Een scherp weerwoord, een stomme opmerking, boosheid, toegeven aan verkeerde verlangens. Alleen al het op een goede manier omgaan met de gave van seksualiteit was voor hem een onmogelijke opgave. Wie houdt zijn gedachten rein op dat punt?

Het leven van een kind van God lijkt wel wat op de zee, zo dacht hij. Eb en vloed wisselen elkaar af. Soms is er sprake van een springvloed, positief of negatief. Tijden van gewoonte en sleur worden afgewisseld door tijden van vurig leven voor de Here of door vallen in zonde. Rimpelloze vloedlijnen maken plaats voor woeste koppen in een onstuimige branding. En waarom? Een preek die je hoort en die je beetpakt. Goede gesprekken met andere gelovigen. Of omgekeerd: Meedeinen op de golven van teeveeprogramma's die het leven zonder God aanbieden. Of surfen over de baren van internetsites die slechts goedkope platte seks in de aanbieding hebben. Het is zoals iemand eens zei: Als je twee honden hebt, een witte en een zwarte, wie zal er dan het sterkste zijn? Hoogstwaarschijnlijk degene die je het meeste te eten geeft. Weet dus wat je eet, als je als kind van God wilt leven. De zonde in je leven weerstaan begint bij je voeding.

Maar ja, dacht het mannetje, ook dat begin is soms zo verdraaid lastig. Want ook hij wist dat lezen in de Bijbel en bidden niet vanzelf gaan. En als het wel vanzelf gaat, dat het dan ook niet persé goed hoeft te gaan. Wellicht had David zojuist nog een prachtige psalm gedicht waarin hij zijn liefde voor God had geuit, toen hij Batseba in het oog kreeg die aan het baden was. Het vuur dat daardoor ontbrandde leek leek hem slechts op één manier te blussen. En hup, daar ging het bij David van kwaad tot erger. Overspel, moord.
En met hoeveel bravoure had Petrus niet beweerd dat hij Jezus tot in de dood zou volgen? Op het moment supreme bleek er van zijn rotsvaste vertrouwen geen kiezeltje meer over te zijn.

Het kwade weerstaan? Het mocht wat. Wie meent te staan ziet toe dat hij niet valt! Er is er slechts Eén geweest die die het kon. Jezus Christus. Een mens zoals alle anderen, behalve in een ding: Hij zondigde nooit. Daarom hoeven mannetjes en vrouwtjes ook niet moedeloos te worden als ze weer eens door het ijs gezakt zijn. Christus staat naast je. Leg je hand in Zijn hand. Hij helpt. Zoals bij Petrus, die over de golven liep maar toen hij ging twijfelen wegzakte naar de diepte.

En die voeding dan? Heeft dat dan wel nut? Zeker wel! Die helpt je om de hand van Christus te blijven zien. Hoe zou je Hem kennen als je niet in je bijbeltje leest? Als je de kerkdiensten niet bezoekt? Bijbelstudieverenigingen een overbodige luxe vindt? Je moet toch weten waarom je Hem kunt vertrouwen? Er zijn toch ook momenten in je leven dat je er naar verlangt om te groeien in je geloof?

Daarom:
Lees je Bijbel.
Bidt elke dag.
Dat je groeien mag.

Kinderlijk eenvoudig.

 

Klik hier!

Klik hier
designed by www.madeyourweb.com